De Nederlandse staatsgeschiedenis verhaalt van cryptoprotestantisme, een
fenomeen dat uit de religieuze intolerantie van het Vaticaan en het Huis van Habsburg voortkwam en op de heimelijke godsdienstbeleving van veel protestanten, die formeel tot de katholieke kerk behoorden, duidde. Ironisch genoeg vermeldt Van Dale anno 2010 enkel nog het lemma 'cryptokatholiek', terwijl van de 'cryptoprotestant' in het geheel niet meer wordt gerept.
Ik vind de open omschrijving ('iemand die iets in het geheim is') overigens erg bedenkelijk. Een anarchist, communist of katholiek (voorbeelden uit het woordenboek), à la, zo is het woord wel te begrijpen, maar kun je een man die niet voor zijn homoseksuele geaardheid durft uit te komen een cryptohomoseksueel (dan wel cryptogay) noemen? Ik vraag me sterk af of het niet gewoon op ideologieën of religies dient te slaan.
Aanvulling: ik moet ineens ook denken aan het verschijnsel dat zich na de afgelopen verkiezingen voordeed en wel als de gordijnkiezer werd omschreven. Veel rechtse stemmers schenen zich in het openbaar kennelijk voor hun mening te schamen en deden derhalve voorkomen alsof zij niets van Wilders en diens partij wilden weten, om in het stemhokje - veilig en anoniem achter het 'gordijn' - vervolgens alsnog hun politieke voorkeur te steunen.