Je hebt wat aangericht met dit woord, Eigenheimer, en een beginnetje is al gemaakt, merk ik. De verwantschap met
frik en flik(ker) is al geconstateerd, die is er ook met het Engelse woord 'prick'. Maar we gaan terug naar de oorsprong, en dat is het woord 'figgelen', dan nog zonder r of l. Figgelen is 'met gebrekkige middelen werken'. Je moet je voorstellen dat je een bot, ondeugdelijk mes hebt, dat snijdt niet lekker en je moet dus veel heen en weer bewegen zonder dat je een behoorlijk resultaat krijgt; dat werd figgelen genoemd. Figgelen werd vervormd tot fikkelen, in Duitsland fikkeln, wat 'kleine, vlugge bewegingen maken' betekende. Afijn, om een lang verhaal van Jan de Vries kort te maken: de vele afleidingen van dit oerwoord leiden allemaal tot het (seksueel getinte) heen en weer bewegen, tot strelen, met de vingers aanraken, moet ik verder gaan? Er zijn tientallen nakomelingen van figgelen. Een daarvan is het vandaag gekozen 'frik' dat een spottende, obscene betekenis had. Soms werd de r een l, dus bestaat ook het woord flik of flikker (homoseksueel). En ja, het Vlaamse woord voor politieagent 'flik' is dus ook gewoon een ordinaire scheldnaam.
In het noorden van ons land wordt een pak slaag verwoord door het rijmpje: "flik-flak-flandere, van de ene bil op de andere". Daarin is in tegenstelling tot wat je misschien denkt, een flik nu juist weer een slag of fikse klap. De verwijzing naar
kranig is wel heel erg gevat, eigenheimer!