10 reacties
Mooi woord!! Als ik in het woordenboek (VD) kijk bij plegen (gewoon zijn), dan staat er: verleden tijd: placht, maar geen verl. deelw. .. verleden deelwoord. (heette dit dan niet voltooid deelwoord of vergaloppeer ik me nu?). Maar dit wvdd is dacht ik een mooi afgeleid zelfstandig naamwoord van een 'onbestaand' verleden deelwoord. Toch?
Ik ga er geen
geplogenheid van maken dit woord te gebruiken... Vind het iets te gekunsteld, eerlijk gezegd. Zesje van mij.
Voltooid en verleden deelwoord is even
synoniem als onvoltooid en tegenwoordig deelwoord, lijkt me. Ik ben het eens met Arnoldho. Het woord is een beetje omslachtig vergeleken met "gebruik" of "gewoonte". Misschien is er in het verleden geplogen het te bezigen, maa voor mij hoeft het niet zo.
in het meervoud: 'geplogenheden' komt de betekenis in de buurt van 'deontologie'. Het is dan meer een geheel van gewoonten, plichten en regels
Bij dit woord heb ik het gevoel alsof ik een stijlvol overhemd heb besteld bij een herenkledingzaak en thuisgekomen moet constateren dat ze me een maliënkolder hebben meegegeven. Ooit mooi en in de mode, zo'n drie eeuwen terug, maar vandaag de dag volstrekt ondraagbaar. Of ik heb een pantalon besteld en thuis blijkt het een Lederhose te zijn; misschien kek in Oostenrijk, maar hier loop je ermee voor gek. Dus als ik het woord ooit zou gebruiken, zal ik steeds moeten uitleggen wat het betekent: gewoonte, gebruik, usance, zegt Van Dale. Nee, ik schrap het woord uit mijn geheugen; gelukkig gaat dat toch al achteruit, dus blijft er plaats over voor een meer gangbaar taalgebruik.
Plegen heeft twee betekenissen: 'de gewoonte hebben om' en 'verrichten, zich bezighouden met'. De tweede variant wordt vervoegd op de wijze die we vrijwel allemaal kennen: hij pleegt (de misdaad), hij pleegde, hij heeft gepleegd.
Het WvdD gaat echter terug op de eerste variant: hij pleegt (zijn zondagen met een kop koffie te beginnen), hij placht, hij heeft... en dan valt het stil: geplogen is uit onze
vocabulaire vervallen. Desondanks bestaat nog wel
geplogenheid, hoewel het volgens Van Dale gewestelijk is. Ik heb het nimmer horen gebruiken (noch pleeg ik dat zelf te doen), maar vind het
desalniettemin een interessant woord.
...hij placht, hij heeft... en dan valt het stil: geplogen is uit onze
vocabulaire vervallen. Desondanks bestaat nog wel
geplogenheid,...
En ook dit woord zal stilaan verdwijnen, vermoed ik. Ik zal er niet om treuren, en niet enkel omdat ik er dan waarschijnlijk al lang niet meer ben...
'Plegen' vind ik, in beide betekenissen, toch echt wel de moeite waard. Zo lang het nog bestaat, zal ik proberen het nog een keertje vaker te gebruiken ;)
Johannes (Joop) van der Horst (Leiden, 5 augustus 1949) is een Nederlandse hoogleraar in het vakgebied taalkunde aan de Letterenfaculteit van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij sprak in Onze Taal van deze maand zijn zorg uit in een interessant artikel over de ontwikkeling van onze woordenboeken.
Het gaat te ver om het hele artikel te citeren en het staat ook niet op internet. Enkele punten die hij noemt: In de Van Dale worden woorden uit het Belgisch-Nederlands opgenomen met het label "Belgisch-Nederlands". Woorden die in Nederland wel bekend zijn, maar in België niet (zoals tosti) krijgen voortaan het label "Nederlands-Nederlands". Algemeen bekende woorden, zoals tafel en stoel, blijven ongelabeld. Dan hebben we dus drie standaarden, zegt Van der Horst: BN, NN en algemeen.
Hij vreest dat dit slechts een begin is. Waarom zouden woorden uit Twente (onmeunich), Zeeland (schoef) of Limburg niet worden opgenomen en gelabeld. Vandaag Vlamingen, morgen Antillianen en overmorgen inheemse Turken. In de toekomst leidt dat tot gepersonificeerde woordenboeken: MIJN Woordenboek, digitaal natuurlijk, even aanvinken waar je woont en wat je streektaal is, aanvullen en schrappen kan natuurlijk met een muisklik. Hij neemt aan dat dat stellig zijn voordelen heeft, maar waarschijnlijk ook zijn nadelen. Hij besluit met een variatie op Eén ei is geen ei: Eén norm is een standaardtaal, twee normen (noord versus zuid) maakt er twee standaardtalen van, en drie normen is elck wat wils, maar geen standaardtaal.
Hieraan moest ik denken toen ik het woord van vandaag las en het label dat de Dikke van Dale er aan hing: (Belg.N, niet alg.)
Het is daarom aan te raden om woorden uit het dialect (waaronder ook straattaal) buiten het woordenboek te houden, zolang ze niet zijn vernederlandst (d.w.z. algemeen bekend en gebruikt). Interessante weetjes omtrent die woorden kunnen bijvoorbeeld in een etymologisch dialectenwoordenboek worden geplaatst, of op woordvandedag.nl wanneer ze aan bod komen ;-).