Een zoektocht naar de oorsprong van het woord 'leut' is als een reis door een woest oerwoud waar je door de bomen het bos niet meer ziet. Er zijn zoveel stammen in zoveel talen met zoveel betekenissen, dat alleen al een opsomming van de laatste behoorlijk verwarrend is. V.d. Sijs noemt: plezier, leugenachtig, bedrog, bedrieglijk, boosaardig, bedriegen en dwaas. Jan de Vries somt op: grap, pret, voor de gek houden, bedriegen, bedrog, listig, handig, huichelachtig, leugenachtig,
wreed, boosaardig, zich verschuilen, loeren, zich buigen, vallen, dwaas, bedroefd, treurig zijn en vermoeidheid. We kunnen het werkwoord leuteren het best als 'niet verwant' beschouwen, noch leuter, hoewel die ook wel
leut kan opleveren.
Leut is typisch een woord dat in zuidelijk Nederland wordt gebruikt en nauwelijks in het midden of noorden van het land. In die laatste
contreien staat het inderdaad voor een kopje koffie, hoewel een 'bakkie troost' daar ook wel is ingeburgerd.
Overigens, voor de goede orde:
leut en leute ZIJN woorden en niet IS een woord.