De Vries vermeldt naast de door pitt gegeven verklaring dat sedert de 16de eeuw het Frans-dialectische woord malôt ook een wesp of hommelsoort is. Het 'wild, gonzend insect' kon dus aanleiding geven tot het ontstaan van de huidige betekenis, maar in het Nederlands spelen nog twee factoren een rol. Mal is het Franse woord voor ziek, in het algemeen voor verkeerd, en het Frans-dialectische woord voor hoofd, hôt (spreek uit oot), vormde het tweede deel van het woord malhôt = ziek in het hoofd.
Het is in dat verband aardig te verwijzen naar dr. Malatesta, een psychiater uit de komische opera Don Pasquale. Mal a testa = ziek in het hoofd, dus ook een
malloot.
Het spreekt voor zich dat
malloot niet zomaar een scheldwoord is, maar een met een heel speciale betekenis. Het is dus niet correct als je het woord gebruikt voor een klootviool (verzachtend woord voor klootzak) of een lulhannes (sukkel, sufferd), but then again, alsof schelden erg correct is...