In mijn jeugd waren er dansavonden waarbij de meisjes aan de ene kant van de dansvloer tegen de muur zaten en jongens aan de andere kant. Beide kanten schatten elkaar in, taxeerden elkaar en de afstanden die zij moesten overbruggen. Als de dansmeester of -leraar de volgende dans aankondigde en een teken gaf, stormden de jongens naar de overkant om zo snel mogelijk bij het meisje van hun keus te komen, maakten een buiging en vroegen hun uitverkorene ten dans. Het was 'not done' voor een meisje te weigeren. Als de jongen te laat was bij het meisje zocht hij snel een ander op, maar als er niemand van zijn gading was, droop hij af. Er bleven altijd wel meisjes zitten, meestal tot de volgende dans, maar af en toe gebeurde het dat er zich de hele avond lang geen enkele gegadigde aandiende. Dan bleef zo'n meisje de hele avond tegen de muur zitten: het
muurbloempje moet je dus redelijk letterlijk nemen. Daar was niets leuks aan, het was heel erg zielig als het meisje graag wilde dansen en niet werd gevraagd. Speciaal niet als je bedenkt dat meisjes uitsluitend bij een aangekondigde 'schrikkeldans' een jongen mochten vragen. Sommige knapen gingen dan snel naar de WC om het risico uit te sluiten te worden gevraagd door zo'n
muurbloempje. Ja, het waren keiharde tijden.
Tegenwoordig wordt het woord ook voor andere doeleinden gebruikt, maar dat is dan in overdrachtelijke zin. Een lief woord voor een meelijwekkend verschijnsel. En verder hoort het in het tijdperk van
bakvis, spuuglok, Doris Day en lik-me-vestje.