Hoewel de mythologie vermeldt dat de herder Pan op een fluit speelde en door zijn afschrikwekkende, plotselinge verschijning mens en dier in 'paniek' (panikon deima = schrik voor de god Pan) bracht, werd zijn gefluit pas bekend toen hij verliefd werd op de mooie Syrinx. Zij vluchtte voor zijn avances naar de waterkant en bad de algod Zeus om hulp. Die veranderde haar in ruisend riet. Voor Pan bleef niets anders over dan rietstengels af te snijden en te bundelen en er zo een 'geheel van fluiten' van te maken om van zijn
liefde voor Syrinx te getuigen. Lang werd zo'n fluit door de Grieken een Syrinx genoemd.
Dat wij en veel andere culturen het nu een panfluit noemen, is zeker onder invloed van de legende van Pan, maar het heeft ook te maken met de betekenis van het Griekse voorvoegsel pan-. Het voorvoegsel pan (of pas) betekent 'geheel, elke' en slaat dus ook op het hiervoor genoemde 'geheel van fluiten'. Pan- vind je terug in tal van woorden: panchromatisch (alle kleuren), panorama (gehele schouwspel), pantheïsme (veelgodendom),
panacee (tegen alle kwalen),
pandemonium (tempel van alle duivels en demonen),
pandemie (alle volken), een ziekte die alle volken betreft. Dit laatste is in tegenstelling tot epidemie, van het Griekse epidemios (epi = bij en demios = volk) ofwel: beperkt tot één volk.
Het spijt me, MarcelR, maar het woord
pandemie heeft niets te maken met de sater Pan, net zo min als pannekoek of panty. Voor de rest had je volstrekt gelijk.