Toen ik het woord
pramen voor het eerst zag ging er een belletje rinkelen, maar het was beslist heel lang geleden dat ik het nog hoorde, en het zal eerder zijn dat ik het nog las.
Hierbij wat informatie van Jan de Vries: Het woord kwam voor in het laat-middelnederlands, en het is een woord uit de pr-groep die iets te maken hebben met (samen)drukken, knellen, zoals daar ook zijn
prangen en prakken (eten met een vork plat drukken). Premese (neusklem voor paarden) is ook een woord dat bestond in het laat-mddelnederlands. Het huidige Duitse bremsen (remmen, of m.a.w. pedaal indrukken) is er ook aan verwant.
Van Dale schrijft enkel Zuid-Nederlands bij de 4e betekenis, nl. die van aansporen, terwijl ik dit nu net de enige nog bruikbare vind. Trouwens ik vind het ‘label’ Zuid-Nederlands geen hinderpaal om WvdD te worden. Integendeel, sommige van deze woorden verdienen het om algemeen Nederlands te zijn/worden. En ik hou wel van het woord, het heeft iets. In de betekenis van aansporen wel te verstaan.
En, goed idee, Aristo, dat boekje van je.