Het woord van donderdag 24 november 2005
Puik
puik1 (het ~, ~en)
1 het beste in zijn soort => crème de la crème, het neusje van de zalm, je van het, kruim
puik2 (bn.)
1 uitstekend
2 reacties
echt een jaren 60 woord hè, leuk !
Het is een doodzonde om een woord als
puik in de
vergetelheid te laten liggen. Het heeft een aantal betekenissen, die met kwaliteit van doen hebben. Puike waren zijn waren van (zeer) goede of voortreffelijke kwaliteit en het puikje van de zalm (Van Dale zegt het) is het beste van het beste. Tegenwoordig hoor je
puik echter maar zelden (tot nooit?) nog als zelfstandig naamwoord worden gebruikt. Het is afkomstig van het middelnederlandse puken of puycken, dat uitzoeken betekende. Vergelijk ook het werkwoord pikken en het Engelse ‘to pick’.
't
Puik der riddren, zo schreef de vroegere dichter Jan Vos ooit. Aan de jaren zestig doet het daarom niet zo zeer denken.